nieuws

Makers aan het woord | De zAAk A is filosofie in feestvorm

Sinds 2019 is de zAAk A, opgericht door Annelies Appelhof, hét gezelschap voor jeugdtheater en kinderfilosofie. Met deze combinatie neemt de zAAk A een unieke positie in. Filosofische vragen en thema’s worden op toegankelijke wijze vertaald in een ontregelende en interactieve theaterervaring voor jong en oud. De producties bevinden zich op de grens van toneel, performance en educatie. Echt en nep lopen op verrassende wijze door elkaar en de kijker wordt verleid om het denken aan te zetten.
De missie van de zAAk A is om kinderen vanaf 4 jaar en de volwassenen om hen heen aan het filosoferen te brengen en hen daar veel plezier aan te laten beleven.

 

Het wAArgebeurde verhAAl vAn Ans BrugmAns is een kleine mAter en geschikt voor intieme plekken zoals scholen, bibliotheken, cultuurhuizen en vestzaktheaters.

 

  • Naast deze voorstelling speelt De ZAAk A dit lopende en komend seizoen ook de voorstellingen Strijdtoneel (10+) en BestFriends (7+). Deze voorstellingen sluiten allen mooi aan op de week van de kinderfilosofie die dit jaar is van 11 tot en met 19 april.

Annelies, jullie voorstellingen gaan over echt en nep. Sinds wanneer is dat een thema in jouw werk?
Ik speelde ooit in een jeugdvoorstelling en merkte tijdens het nagesprek dat kinderen niet zozeer bezig waren met de thematiek van de voorstelling, maar met of de zoen echt was en of ik echt zwanger was. Die verwarring vond ik fascinerend. Ze wisten toch dat het gespeeld was? Dat ik niet in een kwartier hoogzwanger kon zijn geraakt?

 

Daarna ben je zelf theater gaan maken.
Mijn eerste eigen voorstelling heette Echt/Nep. Toen ik die maakte, vonden mensen het nog een oninterressant onderwerp: wat moet je daar nou over zeggen? Nu is het bijna een cliché, maar voor mij blijft het een bron van inspiratie.

 

En dus ook de basis voor de voorstelling van de zAAk A.
Ik speel graag met de theatercodes: dat er iemand uit het publiek komt waarvan we dan doen alsof dat een echt iemand is of een ‘echte’ politieagent die een voorstelling binnenkomt. Maar we spreken ook vanuit personage tegen het publiek, het is altijd interactief en we filosoferen al tijdens de voorstelling.

 

In Het wAArgebeurde verhAAl vAn Ans BrugmAns komt dat principe ook terug.
Die voorstelling begint met Anna, een actrice die haar musical Het waargebeurde verhaal van Ans Brugmans komt promoten. Anna speelt de hoofdrol in die musical en dit belooft haar grote doorbraak te worden. De musical vertelt het onwaarschijnlijke, waargebeurde verhaal van Ans Brugmans: in één klap rijk nadat ze een echte Picasso ontdekt in het tuinhuis van haar moeder.

 

En dan komt de ‘echte’ Ans Brugmans binnen.
Ja, zij kan het niet langer voor zich houden: het schilderij is geen echte Picasso. Dat brengt natuurlijk een enorme ontregeling met zich mee. En daar komen ook filosofische vragen om de hoek kijken. Want als je het verschil niet ziet tussen echt en nep, hoe erg is het dan? En wil je het eigenlijk wel weten?

 

De ‘echte’ Ans Brugmans kan dus niet leven met de leugen.
Klopt. Anna heeft een musical gemaakt over Ans Brugmans’ leven, waarin zij als een soort Assepoester wordt neergezet: van de daklozenopvang naar rijkdom en roem. Anna wil niet dat de waarheid boven tafel komt, omdat haar hele musical daarop leunt: “Het is waargebeurd, dat is er zo vet aan! Dus als het dan een niet waargebeurd verhaal blijkt te zijn… Waarom vertel je het eigenlijk?!” Maar Ans Brugmans kan de leugen niet langer dragen. Zo ontstaan allerlei vragen: hoe belangrijk is waarheid? En wat is dé waarheid?

 

En?
Die personages verschillen heel erg van standpunt. Ans Brugmans vindt: de feiten zijn de feiten. Anna zegt: ieder z’n waarheid. Ans Brugmans snapt dat niet, er is toch gewoon dé waarheid? Eén en één is toch gewoon twee?

 

Daar botsen ze dus in.
Ja. De musical van Anna krijgt bijvoorbeeld een goede recensie. Ans Brugmans weet dat Anna’s moeder die recensie geschreven heeft; zij werkt voor die krant. Wat betekenen die vijf sterren dan? Anna zegt: heel veel! Die krant wordt door 350.000 mensen gelezen. Dus als die mensen lezen dat ik een goede actrice ben, natuurlijk is dat belangrijk.

 

Ans Brugmans is het daar niet mee eens?
Nee. Anna zegt dan tegen Ans Brugmans: ‘Het is maar hoe je het beschrijft. Dat is jouw waarheid.’ Ans Brugmans maakt Anna dan ook belachelijk door die recensie te verscheuren en te zeggen: ‘Jij vindt dit misschien verscheuren, ik vind het kleiner maken. Het is maar welk woord je eraan geeft, toch?’

 

En na de voorstelling voeren jullie altijd een nagesprek.
Kinderen zijn vaak echt in de war na de voorstelling. Ze vragen zich af wat er wel en niet echt was. In dat gesprek moeten we vaak eerst door drie lagen heen: Was Ans Brugmans echt? Was de musical echt? Wat was verzonnen? Gaandeweg ontdekken ze dat alles verzonnen is, en daardoor wordt het gesprek nóg interessanter.

 

Is dat nagesprek ook filosofisch?
Ja, dat is het uitgangspunt. We stellen vragen zonder pasklaar antwoord. Bijvoorbeeld: wil je weten of een stand-in jouw favoriete artiest vervangt tijdens een concert, als je het anders nooit zou merken? Of: is iets niet vertellen hetzelfde als liegen? Maar ook over merkkleding: is het belangrijk dat dat echt is, ook als de kwaliteit niet beter is?

 

En zo zit filosofie dus helemaal verweven in jullie voorstellingen.
Kinderfilosofie is heel praktisch. Het gaat niet per se over ‘grote vragen’, maar toegepast op dingen die kinderen bezighouden. En dus ook over Ans Brugmans.

 Foto’s: Lore Mechelaere