De spitsmuis heeft gewoon een zwaar leven …
Theater Mier is in 2020 opgericht door Annemarie van Haren en Marjet Boek. Inmiddels geeft Marjet leiding aan Theater Mier en doet ze de regie van de voorstellingen. Annemarie bewaakt de filosofische toon en ontwikkelt de educatieve programma’s bij en rondom de voorstellingen.
De acteurs van Theater Mier – allen afgestudeerd aan de mime-opleiding in Amsterdam – komen de boel opschudden in de klas. Ze bewegen letterlijk tussen de kinderen, op en over hun bankjes. Zo ontstaat een voorstelling vol energie en interactie, waarin kinderen volledig worden meegenomen in het verhaal. Voorstellingen van Theater Mier zijn geïnspireerd op het werk van Toon Tellegen, dat zich afspeelt in het dierenrijk. De acteurs brengen deze dieren tot leven. Uniek is hun directe, fysieke spel dicht bij de kinderen én de workshop die aansluitend door de acteurs zelf wordt gegeven.
Theater Mier brengt theater in de klas dat direct aansluit bij burgerschapsonderwijs en de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. In dit interview vertelt Marjet Boek aan Marleen Stein over fysiek spel direct tussen de kinderen, filosofie als werkvorm en Toon Tellegen als de inspiratiebron achter haar voorstellingen.
Marjet, jullie voorstellingen bestaan uit fysiek spel, filosofie en Toon Tellegen. Hoe is die combinatie ontstaan?
Annemarie van Haren had heel erg de behoefte om kinderen steviger in de wereld te zetten en had een interesse in het werk van Toon Tellegen. Ik heb zelf de mime-opleiding gedaan, mimevoorstellingen gemaakt en veel mimeles gegeven vanuit dieren. Dus zo ontstond Theater Mier: fysiek theater en de link met filosofie door het werk van Toon Tellegen.
De voorstelling Is er dan niemand boos?... is een voorstelling over emoties.
Vooral over woede.
En die voorstelling speelt in het klaslokaal.
De pad ontvangt op haar trage manier alle leerlingen in hun eigen lokaal. Mier is dan bezig met iets onzichtbaars ergens in te duwen of uit te halen. Als alle leerlingen zitten, wordt er gesproken en wordt duidelijk dat pad boos is en niet weet wat ‘ie ermee moet. Mier heeft daar heel veel suggesties voor. In deze voorstelling worden drie verhalen gespeeld uit het boek Is er dan niemand boos?
Hoe start het maakproces bij jullie?
Nog voordat we de repetitieruimte ingaan, geef ik mijn acteurs de opdracht om onderzoek te doen naar een dier; in Is er dan niemand boos?... zijn dat de pad, de mier, de eekhoorn en de spitsmuis. Het gaat erom het dier in instinct en in fysiek zo dicht mogelijk te benaderen. En dat zie je dat terug in de houding of de manier van bewegen, in stemgebruik en uiteindelijk in het karakter.
En dat sloot aan bij het werk van Toon Tellegen?
Ik ontdekte dat Toon Tellegen waarschijnlijk hetzelfde had gedaan. De mier bijvoorbeeld is een vrij slim dier ondanks z’n kleine proporties. En de spitsmuis is de zwerver van het dierenrijk. Die heeft een heel zwaar leven: om de anderhalf uur moet hij eten, anders valt hij om. Hij heeft ook geen huis, dus hij slaapt ergens in het struikgewas. En dan wordt hij wakker en trilt hij van de honger; dan moet hij ook meteen eten. Dus de spitsmuis is heel heftig, die heeft gewoon een zwaar leven. Dat vond ik zelf toen ik de beestjes onderzocht, en bij Tellegen zag ik dat terug.
Na de voorstelling verzorgen de acteurs altijd een workshop.
De leerlingen krijgen in de voorstelling verschillende vormen van boos te zien. Naast de mier en de pad komt ook de eekhoorn, die is nooit boos, en de spitsmuis, die juist altijd boos omdat die altijd op zoek moet naar eten. Na de voorstelling filosoferen de kinderen met de acteurs over wat ze zelf voelen en meemaken. Dit doen ze door fysieke oefeningen om zich te uiten.
Is er dan niemand boos?... is voor de onderbouw, voor de bovenbouw spelen jullie Nieuw in de klas: Teunis!
Ik kreeg eens de vraag of ik een voorstelling kon maken over ‘anders zijn’. Van daaruit ben ik gaan zoeken en kwam ik uit op het boek Teunis, een verhaal over een olifantenknul die met zijn moeder in mensenland woont. Hij past op geen enkele manier. Het is een hele montere, vrolijke jongen, maar toch best wel eenzaam.
Had je direct helder welke vorm deze voorstelling zou hebben?
Ik vond het belangrijk dat hij geen slachtoffer was, maar dat hij wel zo uniek was dat hij gewoon echt niet paste. Dus hij komt letterlijk de klas binnen, omdat Teunis en zijn begeleider op zoek zijn naar een klas die Teunis accepteert. En we wilden graag een filosofische vorm toepassen waarbij de leerlingen als groep met elkaar in gesprek gingen. Annemarie kwam daarbij uit op Een gesprek op voeten, dat onderdeel is van de communicatietechniek Deep Democracy.
Hoe werkt dat?
Een van de acteurs vraagt dan bijvoorbeeld: ‘Wie denkt dat het gemakkelijk is om als Teunis hier de klas binnen te komen? Wie denkt dat het gemakkelijk is, mag bij mij komen staan en wie denkt dat het helemaal niet gemakkelijk is mag bij Martijn gaan staan.’ De leerlingen zoeken een plek voor zichzelf. ‘En waarom?’ vraagt de acteur aan een leerling dichtbij. De acteur vertaalt het antwoord voor de gehele groep. De leerlingen mogen op hun beurt herschikken, omdat ze misschien wel van gedachten veranderd zijn door het antwoord van die leerling. De leerlingen lopen dus door de ruimte terwijl ze in gesprek gaan. In het begin is het praten gericht op de acteur, daarna wordt het praten opener. Dan gaan ze met elkaar in gesprek.
Waarover?
Vragen als ‘Is dat eigenlijk wel te doen, zo’n figuur in de klas? Moet er dan iets veranderen? Ken je zelf een Teunis? Voel je jezelf wel eens een Teunis?’
Betekent dat ook dat de voorstelling onlosmakelijk verbonden is aan de workshop?
Ja. Bij Teunis zijn interactieve oefeningen onderdeel van de voorstelling. Aan het begin doen de acteurs een kennismakingsoefening over verschillen en overeenkomsten en dan gaat de voorstelling weer verder. Op enig moment wordt Teunis de deur uitgezet, daar is de klas het vaak niet mee eens. Dan moeten de kinderen nadenken over of ze Teunis in de klas willen. Na de voorstelling gaan de acteurs verder met de klas met meer filosofische vragen.
Jullie voorstellingen sluiten dus goed aan bij de burgerschapsdoelen.
Door de workshops die onze acteurs geven, zetten de leerlingen wat ze gezien hebben om in bewustwording over zichzelf en de ander. Bij Is er dan niemand boos?... gaat dat over bewustzijn op het gebied van emoties, bij Nieuw in de klas: Teunis! over diversiteit en inclusie.
Voor welke klassen zijn jullie voorstellingen geschikt?
Als decor hebben we enkel een klaslokaal nodig, dus we kunnen neerstrijken op elke school, in elke klas. Nieuw in de klas: Teunis! is ook in te zetten in klassen waar een vraagstuk is op het gebied van de groepsdynamiek. En naast het primair onderwijs spelen we onze voorstellingen ook op het speciaal basisonderwijs. Zo kan elk kind in Nederland kennismaken met de dieren uit het dierenrijk van Toon Tellegen in de fysieke, filosofische, humoristische voorstellingen en workshops van Theater Mier! Want er wordt, ondanks de serieuze onderwerpen, altijd veel gelachen.